Bingo spel: zo speel je samen

Een bingo spel speel je met kaarten waarop vakjes staan en een spelleider die nummers of andere symbolen noemt. Staat het genoemde onderdeel op je kaart, dan kruis je het aan. Wie als eerste het afgesproken patroon volledig heeft, roept bingo. Controleer daarna samen de kaart. Je kunt het spel thuis of in een groep spelen, zonder geld in te zetten.

Wat heb je nodig?

Voor een eenvoudige ronde heb je kaarten, iets om vakjes mee te markeren en een manier om onderdelen willekeurig te trekken nodig. Dat kan met papiertjes in een kom. Gebruik op de kaarten dezelfde verzameling nummers als op de trekbriefjes, maar plaats de nummers in een andere volgorde en combinatie.

Fiches zijn handig als je de kaarten opnieuw wilt gebruiken. Met potlood kun je de vakjes aankruisen en later uitgummen. Schrijf de nummers groot genoeg om ze te kunnen lezen en geef iedereen na iedere trekking tijd om het genoemde nummer te zoeken.

Zelf bingokaarten maken

Teken een rooster op een vel papier en vul de vakjes met verschillende nummers. Kies vooraf hoeveel vakjes de kaarten hebben en uit welke reeks je nummers kiest. Voor een korte proefronde kun je een klein rooster gebruiken. Maak daarna voor iedere speler een andere combinatie uit dezelfde reeks.

Controleer of een nummer niet twee keer op dezelfde kaart staat en of voor elk nummer een trekbriefje bestaat. Een kaart met alleen nummers die ook getrokken kunnen worden voorkomt verwarring. Maak gerust een extra kaart voor een speler die later aansluit, maar laat die pas bij een nieuwe ronde meedoen.

Een computer is niet nodig. Werk je met een grote groep, dan kun je de kaarten eerst op papier ontwerpen en kopiëren. Controleer dan wel of er genoeg verschillende kaarten zijn. Identieke kaarten kunnen tegelijk een geldig patroon opleveren; spreek vooraf af hoe je daarmee omgaat.

De regels stap voor stap

  1. Spreek af welk patroon een bingo oplevert, bijvoorbeeld een volle horizontale rij.
  2. Geef iedere speler een kaart en laat de spelleider een briefje trekken.
  3. De spelleider noemt het nummer duidelijk en legt het apart.
  4. Spelers zoeken het nummer en markeren het als het op hun kaart staat.
  5. Herhaal dit tot iemand bingo roept.
  6. Vergelijk de gemarkeerde vakjes met de bewaarde briefjes.

Klopt de kaart, dan is de ronde afgelopen of speel je verder voor een tweede patroon. Klopt de kaart niet, leg dan rustig uit welk vakje nog ontbreekt en ga verder met trekken. Beslis vóór de start of de speler met een onjuiste melding gewoon mee mag blijven doen. Zo gelden voor iedereen dezelfde regels.

Ideeën voor een andere ronde

Je kunt de nummers vervangen door afbeeldingen, woorden of geluiden. Gebruik bij een plaatjesbingo bijvoorbeeld herkenbare dieren op de kaarten en trek briefjes met hun namen. Laat de spelleider de naam noemen en spelers zoeken de bijbehorende afbeelding. Test vooraf of ieder plaatje duidelijk te onderscheiden is.

Bij woordenbingo kun je een thema kiezen, zoals voorwerpen in huis. Voor kinderen die nog niet lezen zijn duidelijke afbeeldingen vaak handiger dan lange woorden. Maak de kaarten niet te vol en laat de spelleider langzaam genoeg praten. Een speler kan ook samenwerken met iemand die helpt zoeken.

Wil je langer spelen, spreek dan meerdere rondes af: eerst een rij, daarna een volle kaart. Begin bij elke nieuwe ronde met een duidelijke afspraak over welke markeringen blijven liggen. Een compliment of applaus kan de winnaar in het zonnetje zetten; een prijs is niet nodig.

Veelgestelde vragen

Moet een bingo spel altijd om geld gaan?

Nee. Je kunt thuis of op een bijeenkomst gewoon voor het plezier spelen, zonder inzet of geldprijs.

Wat gebeurt er als twee spelers tegelijk bingo hebben?

Controleer beide kaarten. Zijn ze allebei correct, dan kunnen beide spelers winnen. Spreek dit vooraf af.

Hoe lang duurt een ronde?

Dat hangt af van het aantal vakjes, de gekozen nummers en het patroon. Een klein rooster met een enkele rij als doel is meestal sneller dan een volle kaart.

Verder spelen